Afbreken van onderhandelingen tijdens corona

Copy of Copy of Copy of Website BLOG banner instructierecht (1)

Corona, ook wel: COVID-19 genoemd, heeft duidelijke sporen achter gelaten in onze samenleving. De enorme impact op de economie, het bedrijfsleven, maar ook gewoon op de mens is dat duidelijk terug te zien in verschillende kranten of op social media. Ook het recht heeft zich moeten buigen over de gevolgen van het coronavirus. In onze laatste blogs heeft dit onderwerp dan ook vaak centraal gestaan. Vandaag weer. De precontractuele fase en de gevolgen van het coronavirus– de fase die voorafgaat aan het sluiten van een contract – wordt in deze blog belicht.

Als gevolg van corona hebben mensen vaak moeten afzien van het sluiten van contracten of overeenkomsten. Een klaarblijkelijk voorbeeld is te zien in het aantal fusies en overnames die in de afgelopen maanden, met name in Nederland, flink zijn afgenomen.

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Voorafgaand de aanvaarding zijn partijen dus nog in een onderhandelingsfase. Tussen de periode van onderhandelingen en aanvaarding zijn partijen in eerste instantie vrij om de onderhandelingen af te breken. Aansprakelijkheid van de afbrekende partij kan echter alsnog volgen. Wanneer daar sprake van is , volgt grotendeels wanneer het vertrouwen, in de juridische termen: de goede trouw, van de ‘blijvende’ partij vanwege gerechtvaardigde redenen gebroken is. Dit zal vaak het geval zijn wanneer de onderhandelingen al zo ver gevorderd zijn dat- figuurlijk gezien – alleen nog een handtekening van partijen mist. Het afbreken van de onderhandelingen – gezien alle andere omstandigheden van het geval – kan dan zelfs als ‘onaanvaardbaar’ worden beschouwd. De afbrekende partij loopt daardoor het risico niet alleen schade te moeten vergoeden, maar ook een vergoeding voor de misgelopen winst van de ‘blijvende partij’ te moeten betalen.

Door corona is het aan de orde van de dag dat onderhandelingen worden afgebroken in verband met het nieuwe normaal en de gevolgen daarvan.  Vooral financiële redenen kunnen grond zijn voor een partij om toch niet verder te willen gaan. De meest voor de hand liggende ontsnapping aan aansprakelijkheid voor de afbrekende partij is een beroep op ‘onvoorziene omstandigheden’, zoals volgt uit artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek (Curaçao en Nederland).

Onvoorziene omstandigheden zijn – kort samengevat – omstandigheden die niet bij het sluiten van de overeenkomst voorzien zijn of hadden kunnen worden. De kans op een geslaagd beroep op onvoorziene omstandigheden in het geval van de coronacrisis zal groter zijn in de periode dat de gevolgen van de pandemie nog erg onzeker waren. De meeste effecten van corona waren in het eerdere stadium helemaal niet voorspelbaar.

Het is niet ondenkbaar dat de coronacrisis en de gevolgen daarvan in bepaalde gevallen gerechtvaardigde redenen kunnen vormen voor het afbreken van onderhandelingen. Een contractspartij die nu in de precontractuele fase van onderhandelingen verkeert, zal minder snel een geslaagd beroep op artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek kunnen doen dan in een eerder stadium van de pandemie. Het is dan ook slim om specifieke aandacht te besteden aan het formuleren van een voorovereenkomst, waaronder een clausule met betrekking tot de gevolgen van de coronacrisis.

Een voorovereenkomst laten opstellen of advies over dit onderwerp, neem gerust contact met ons op.

Over de auteurs

Advocaat bij Wildeman Legal & Mediation | jessottiz@wildemanlegal.com | Lees andere blogs van deze auteur
Advocaat & Mediator bij Wildeman Legal & Mediation | didi@wildemanlegal.com | Lees andere blogs van deze auteur